woensdag, januari 30, 2019

Los derdoor

Deze morgen, toen ik op het werk mijn fiets op slot aan het zetten was, zag ik een glazen doos uitsteken boven het betonnen muurtje van de parking.
Raar, dat was er gisteren precies niet.
Ik ben het eens van dichterbij gaan bekijken.

Remy-site, Wijgmaal


Het was een glazen kotje voor de rokers, heel ongelukkig ingeplant op de doorgang voor de helft van de Remy-site.
En ook een beetje raar want de rokers stonden op die plaats al droog.

Heel vervelend voor de medemens met een beperking dacht ik nog.

's Avonds bleek dat ik niet de enige was die zich hier aan stoorde, gezien de ludieke stickers.

Remy-site, Wijgmaal

Het kwam ondertussen al in de krant.

dinsdag, januari 29, 2019

IJs

Het was de tweede keer al dit jaar dat het 's nachts nog regende, en dat het aansluitend 's morgens vroor.

Het zijn harde, ijzige tijden voor fietsers. Ik zag er vallen, rechtkrabbelen en verder fietsen. Gelukkig bleef er niemand liggen.

Spijtig dat er bijvoorbeeld op de Aarschotsesteenweg wel geld was voor het vernieuwen van het asfalt van de rijbaan, maar geen geld voor het vernieuwen van de verzakte fietspaden. Hallo, Ben Weyts?

De slogan van deze wegbeheerder lijkt wel: "Laat ze hier opnieuw vallen!". Jaar na jaar na jaar.

Aarschotsesteenweg, Wilsele
Aarschotsesteenweg, Wilsele
Aarschotsesteenweg, Wilsele
Aarschotsesteenweg, Wilsele
Aarschotsesteenweg, Wilsele
Aarschotsesteenweg, Wilsele
Aarschotsesteenweg, Wilsele

Maar ook elders loert het valgevaar.

Tweewatersstraat, Leuven

zondag, januari 27, 2019

Dikke billen

Soms parkeren chauffeurs hun kleine auto op de oprit, maar zijn ze zich er niet van bewust dat die in de loop der jaren is gegroeid, of of dat die dikkere billen heeft gekregen. En dan wordt de doorgang voor voetgangers of op de stoep fietsende kinderen plots heel smal.

Sint Hadrianusstraat, Wijgmaal
Kroonstraat, Wijgmaal

De eerlijkheid gebied me te melden dat onze auto ook soms last heeft van dikke billen. Dat zal ons leren om hem uit te lenen.

Kroonstraat, Wijgmaal

maandag, januari 21, 2019

Openbare wegen - private wegen: voorbeeld

Al even geleden verloor het stadsbestuur een rechtszaak tegen een man die zijn parkeerschijf vergat te leggen. Diens argumentatie was dat de parking een private weg is waar de wegcode niet geldt.

Het stadsbestuur reageerde vervolgens krampachtig door een (onwettig) bord te plaatsen: het blauwe bord met "Openbare weg". Dat heeft geen enkele juridische betekenis want het druist in tegen de "soevereine appreciatie van de rechter ten gronde".

We bekijken de situatie eens volgens de mogelijke argumentaties uit de vorige post.

Argument 1: Het uitzicht van de weg
Er zijn geen borden met 'privaat' te zien. De weg is 24u op 24u toegankelijk en er is ook geen poort aanwezig die zou kunnen gesloten worden en de toegang beperken.
=> dit duidt op een openbare weg

Argument 2: Toegang voor iedereen
De toegang wordt niet beperkt tot een bepaalde categorie van personen, er is enkel een beperking van hoogte en een beperking voor bussen, en die hebben te maken met de afmetingen van de poortgebouwen en het gebrek aan manoeuvreerruimte op de historische site.
=> dit duidt op een openbare weg

Argument 3: Daad van de overheid
De weg heeft een officiële naam met naambord, er staan verbodsborden en voorrangsborden waardoor de overheid (in deze stad Leuven) aangeeft dat dit een openbare weg is.
=> dit duidt op een openbare weg

Abdij van Park, Leuven
Abdij van Park, Leuven
parking aan Abdij van Park, Leuven

Het standpunt van de rechter lijkt bedenkelijk want er is (volgens lezing van het krantenartikel) geen enkel argument dat het private karakter bevestigd.

Zal het stadsbestuur dan in beroep winnen en moet de vergeetachtige chauffeur niet alleen een retributie maar ook de gerechtskosten betalen? Niet wanneer de advocaat de ongeldigheid van het zonebord aanhaalt:
- bord met zonale geldigheid kan niet geplaatst worden op een doodlopende parking
11 OKTOBER 1976. - Ministerieel besluit houdende de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens. [B.S. 14.10.1976]
6.7.6. Behalve wat de verkeersborden F4a en F4b betreft, mag de signalisatie met zonale geldigheid slechts voor meerdere wegen ingevoerd worden.
- parkeerbord staat niet op oranje paal (zie ook dit bericht)
11 OKTOBER 1976. - Ministerieel besluit houdende de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens. [B.S. 14.10.1976]
11.4. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de verkeersborden E1 tot E9h
11.4.1.
De staanders of steunen en zoveel mogelijk, de achterkant van deze verkeersborden hebben een oranje kleur.

vrijdag, januari 11, 2019

Scheepvaartreglement

We gaan even terug in de tijd om het scheepvaartreglement van 1935 beter te begrijpen.
(niet te verwarren met het "Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op deBinnenwateren", dat is het verkeersreglement voor boten dat je moet kennen voor het halen van een vaarbewijs)

15 OKTOBER 1935. - Koninklijk besluit. - [Algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk.]
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1935101530&table_name=wet

Vroeger had elke wegbeheerder nog zijn eigen reglement. Er waren wegen van de staat, van de provincie, van de gemeente, van de spoorwegen (elke maatschappij zijn eigen reglement) en van de kanalen (elk kanaal zijn eigen reglement).

Het reglement der scheepvaartwegen moet je zien naast het verkeersreglement van 1935 (wat ik hier thuis heb liggen).

In het scheepvaartreglement van 1935 krijgen rijwielen met of zonder motor toegang tot de jaagpaden. Volgens gert verkeersreglement van toen kan dat zonder problemen: dat was niet exclusief.

Maar sinds het verkeersreglement van 1975 van kracht werd, verving dit alle reglementen op openbare wegen.

Het verschil tussen private wegen en openbare wegen is discutabel, maar algemeen wordt aangenomen dat private wegen ofwel niet continue toegankelijk zijn, of enkel verkeer toelaten van bepaalde personen (bijvoorbeeld personeel, leveringen .e.d). Openbare wegen zijn die wegen die permanent toegankelijk zijn, of die enkel verkeer toelaten van bepaalde voertuigen. Het openbaar gebruik van een weg gedurende vele jaren geeft ook een recht op doorgang, dikwijls vastgelegd in de atlas der buurtwegen en mag niet zo maar afgesloten worden. Ook de jaagpaden staan vermeld in de atlas.

Het toelaten van rijwijlen in 1935 maakt van deze jaagpaden volgens de huidige wetgeving openbare wegen, wat bevestigd wordt door het aanbrengen van verkeersborden volgens het verkeersreglement: op een private weg zijn verkeersborden niet rechtsgeldig cfr art. xxx)

(meer info in de publicatie "De blijde intrede van de automobiel in België" van Donald Weber)

15 OKTOBER 1935. - Koninklijk besluit. - [Algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk.]

http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1935101530&table_name=wet

Art. 93. (NOTA : opgeheven voor het Vlaamse Gewest, uitsluitend voor het kanaal van Charleroi naar Brussel Inwerkingtreding : 31-03-2006>) 
  Zonder toelating van den Minister van Openbare Werken, is het verboden : 
  1° met paarden die niet voor den jaagdienst gebruikt worden of met voertuigen te rijden op de dijken en jaagpaden die geen openbare wegen zijn; 
  2° op de aanhoorigheden der waterwegen, gelijk welke soort van vee te laten loopen of weiden.
  Paarden en vee, zonder wachters bevonden, worden geschut op kosten van de overtreders.
  De verbodsbepalingen van dit artikel zijn niet toepasselijk op de aangelanden der bevaarbare rivieren, die op hun goederen alle rechten behouden, welke met de dienstbaarheid van jaagpad en voetpad vereenigbaar zijn.
  (...) 
  Rijwielen, met of zonder motor, welke voldoen aan de voorwaarden voorzien in het koninklijk besluit van 1 Februari 1934, houdende algemeene verordening op de politie van het vervoer en van het verkeer, mogen op de aanhoorigheden der bevaarbare waterwegen onder beheer van den Staat rijden, onder de volgende voorwaarden :
  1° De wielrijders en de motorwielrijders moeten zich voegen naar de voorschriften der reglementen betreffende de waterwegen waarvan sprake;
  2° Snelheidswedstrijden zijn verboden;
  3° De snelheid der voertuigen mag 30 kilometer per uur niet te boven gaan in het open veld. In de bebouwde kommen, bij het kruisen van wegen, op de sluiswallen, alsook in de nabijheid van bochten waar het uitzicht belemmerd is, wordt de snelheid beperkt op 10 kilometer per uur;
  4° Bij het naderen van de personen en de gespannen dienende voor het jagen der schepen, moeten de wielrijder en de motorwielrijder derwijze uitwijken, dat zij den doorgang der scheepstrekkers of der gespannen hoegenaamd niet hinderen; desnoods moeten zij van hun voertuig afstijgen; in alle geval mag de snelheid van het voertuig, op ten minste 50 meter afstand van de gespannen, 10 kilometer per uur niet te boven gaan, en deze snelheid moet de motorwielrijder behouden tot op ten minste 20 meter voorbij het gespan;
  5° In de nabijheid van de gespannen, is het streng verboden gebruik te maken van de uitlaatbuis der motoren, van den hoorn, de tromp of elk ander middel dat de paarden zop kunnen doen schrikken;
  6° Toelating om te rijden wordt enkel verleend voor hetgeen betreft de politie door den Staat uitgeoefend op de aanhoorigheden der bevaarbare waterwegen en onverminderd de rechten van derden, eigenaars der gronden waarop dienstbaarheid van jaagpad bestaat.



Vlaanderen weigert om dit oude reglement volledig te vernieuwen,

Waar komen die snelheidsbepalingen van 30km/u en 10km/u vandaan? Daarvoor baseerde men zich op de oude verkeersreglement van 1899.

https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/319/644/RUG01-001319644_2010_0001_AC.pdf

De eerste grote beleidsmaatregel die het nieuwe, gemotoriseerde verkeer aanpakte was de Verkeerswet van 1899, en het bijhorende eerste verkeersreglement.

Het verkeersreglement gold voor alle wegen, niet enkel voor de rijkswegen die door de centrale overheid werden beheerd.

Het Belgische verkeersreglement was een van de eerste voorbeelden van reglementering van automobielverkeer op internationaal vlak, na het Franse reglement dat eveneens uit 1899 stamde (en naast de afschaffing van de Red Flag Act in Groot-Brittannië in 1896). Het was echter een stuk uitgebreider, zo werd de invoering van een centraal geregistreerde nummerplaat pas twee jaar later in Frankrijk nagevolgd. Het legde voorrangsregels op zoals veralgemeend rechts rijden, bepaalde een strenge snelheidsbeperking van 30 km per uur (10 in de bebouwde kom), en legde het bezit op van lampen, een toeter en remmen.

donderdag, januari 10, 2019

Jaagpad

Een bijzondere verbinding in de routes genaamd fietssnelwegen wordt gevormd door jaagpaden, waarover veel misverstanden bestaan.
Zoals bijvoorbeeld ook de andere Kris Peeters al schreef.

Volgens de ene is het louter een dienstweg waarop fietsers getolereerd moeten worden, en die fietsers moeten er maar de fietsbulten bijnemen zoals ze zijn want normen van fietssnelwegen zijn niet van toepassing op private dienstwegen omdat er ook dienstwagens rijden.

Volgens de andere is het echter een gewone openbare weg, weliswaar in eigendom van WenZ, die net als alle andere wegbeheerders verantwoordelijk is voor een correcte wettelijke aanleg.


Vlaanderen gaat hier in de fout door te stellen dat:
- de jaagpaden meestal openbare wegen zijn: de enige uitzondering is dat het een private weg zou zijn waar alleen bepaalde categorieën van personen toegang tot hebben, evenwel zijn fietsers reeds toegelaten op jaagpaden sinds het scheepvaartreglement van 1935, en zijn de jaagpaden bijgevolg na een verjaringsperiode van 30 jaar allemaal openbare wegen geworden.

- er een maximumsnelheid geldig is van 30 km/u: als het een openbare weg is, kan alleen het verkeersreglement een maximum snelheid opleggen, en dat enkel door middel van reglementair geplaatste verkeersborden volgens gepubliceerde aanvullende reglementen. Het scheepvaartreglement van 1935 is niet van toepassing op openbare wegen sinds de invoering van het huidige verkeersreglement.

- speedelecs mogen inderdaad enkel rijden op openbare wegen waar ze toegelaten zijn, maar er is geen impliciete snelheidsbeperking, en er werden ook geen aanvullende reglementen gepubliceerd waardoor de huidig geplaatste borden niet wettig zijn.
Minister Ben Weyts bij één van de in totaal 300.000€ kostende onwettig geplaatste verkeersborden.

Vlaanderen gaat in het vademecum fietsvoorzieningen (punt 3.1.7) ook in de fout door te stellen dat:

Op jaagpaden is het Algemeen Scheepvaartreglement van toepassing.

De overslagactiviteiten en het fietsen op jaagpaden kunnen in plaats en tijd met elkaar interfereren en zelfs conflicteren. Ter hoogte van terreinen waar watergebonden (overslag)activiteiten plaatsvinden mogen geen barrières aanwezig zijn tussen de waterweg en het bedrijventerrein om bedrijven de mogelijkheid te bieden optimaal gebruik te maken van de waterweg. Het combineren van fietsverkeer met laad- en losactiviteiten op dezelfde plaats houdt impliciet in dat beide activiteiten hinder en beperkingen van elkaar (kunnen) ondervinden, wat zoveel mogelijk dient te worden vermeden. Het omleiden van het fietsverkeer ter hoogte van bedrijventerreinen is in vele gevallen de meest veilige en duurzame optie. Rekening houdend met het streven naar multifunctioneel beheer en gebruik van de waterwegen en hun aanhorigheden in het algemeen, en het gebruik van het jaagpad door fietsers in het bijzonder, is het noodzakelijk om voortdurend na te gaan op welke wijze kan bijgedragen worden aan het comfort en de veiligheid van het fietsverkeer, evenwel zonder dat er beperkingen ontstaan voor de andere functies van het jaagpad.

Hierbij mag echter, rekening houdende met de eigenheid van jaagpaden, niet verwacht worden dat overal het comfort- en veiligheidsniveau van een officieel fietspad wordt bereikt.

Het fietsverkeer moet plaatselijk rekening houden met schade en zand, grind, … ten gevolge van het laden en lossen van schepen.

Het kruisen van jaagpaden met andere wegen gebeurt in de meeste gevallen niet conflictvrij: het jaagpad sluit onmiddellijk aan op de weg. Gebruikers van het jaagpad dienen dan ook de openbare weg te kruisen. Bij deze kruising heeft de fietser geen voorrang; het jaagpad is dus steeds ondergeschikt aan de kruisende weg.

De bermen van de jaagpaden worden onderhouden conform het bermbesluit van 27 juni 1984 en de bijhorende omzendbrieven.

Deze regelgeving wordt op het terrein zichtbaar gemaakt door het plaatsen van de volgende signalisatieborden:
o bord C3: verboden toegang voor alle voertuigen
o onderbord : blauw bord met witte tekst : JAAGPAD, aangelanden, uitgezonderd vergunninghouders, rijwielen en bromfietsen klasse A.
o de gebruikte signalisatie houdt o.a. in dat fietsers rechts in de rijrichting moeten rijden

De snelheid van voertuigen mag volgens de huidige regelgeving 30 km/u niet overschrijden in het open veld. In de bebouwde kommen, bij het kruisen van wegen, op de sluisvallen, alsook in de nabijheid van bochten waar het uitzicht belemmerd is, is de snelheid beperkt tot 10 km/u.

In principe worden op jaagpaden geen paarden toegelaten.


Meer lectuur:
https://www.tragewegen.be/e-zines-hidden/item/3096-vraag-van-de-maand-wat-is-een-openbare-weg

https://www.vlaamsewaterweg.be/jaagpaden


http://www.gentseliggers.net/forum/viewtopic.php?t=3673&postdays=0&postorder=asc&start=0

http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPubDoc&TID=50347245&LANG=nl


zondag, januari 06, 2019

Openbare wegen - private wegen en de verkeerswetgeving

Een discussie die regelmatig naar boven komt bij fietssnelwegen, is het statuut van bijvoorbeeld jaagpaden: zijn het nu openbare wegen oftewel private wegen?

Al zoekende op het wereldwijde web kwam ik een interessant artikel tegen: een uitgebreide bloemlezing die verscheen in het Leuvense tijdschrift Jura Falconis, 1977-78, 207-222: “Verkeersreglementering op private wegen. Het onderscheid openbare-private weg”.

Wat betekenen deze begrippen in het kader van de verkeersregelgeving?
Ik vat de tekst hier kort samen, het lezen van het volledige artikel blijft zeer leerrijk.
HOOFDSTUK I: DE ONBEVOEGDHEID VAN DE KONING VOOR PRIVATE WEGEN
Algemeen kan men stellen dat de private wegen buiten de bevoegdheid van de Koning vallen. Alle verkeersreglementen genomen in uitvoering van de twee basiswetten, zijn alleen toepasselijk op openbare wegen.

HOOFDSTUK II: HET ONDERSCHEID OPENBARE WEG - PRIVATE WEG
Bij gebrek aan wettelijke betekenis moet men aan de woorden hun gebruikelijke betekenis geven, betekenis die hoofdzakelijk door de rechtspraak inhoud zal krijgen.

A. Soevereine appreciatie van de rechter ten grondeDe rechter ten gronde oordeelt soeverein of een bepaalde weg openbaar is of niet. Het Hof van Cassatie heeft dit herhaalde malen bevestigd.
B. Criteria
De rechter ten gronde past bij zijn beoordeling over het privaat of openbaar karakter van een weg bepaalde criteria toe.
- Het uitzicht van de weg
Een weg die private eigendom is, maar met alle uiterlijke tekens van een openbare weg is een openbare weg.
Eigenlijk komt het er op neer: alle wegen zijn openbaar en bijgevolg voor iedereen toegankelijk zolang geen uiterlijke tekens op het tegendeel wijzen.
- Toegang voor iedereen
Na toetsing van bovenvermeld criterium is het mogelijk dat er nog altijd twijfel bestaat over het openbaar of privaat karakter van een bepaalde weg. Men kan dan een tweede criterium hanteren, dat erin bestaat na te gaan of de toegang tot die weg al dan niet beperkt blijft tot een bepaalde categorie van weggebruikers.
Indien ze enkel openstaat voor een bepaalde categorie van personen, bijvoorbeeld klanten of leveranciers van één winkel, of werknemers van de haven in havengebied, zijn het private wegen, maar indien ze openstaan voor een bepaalde categorie van weggebruikers zijn het openbare wegen.
- Daad van de overheid
Toch zijn er bepaalde rechtbanken die een andere mening toegedaan zijn. Zij keren daarbij terug naar de jaren '50 en vroeger en beslissen dat een bepaalde weg niet openbaar kan zijn zonder een daad van de overheid. Bijvoorbeeld een vaststelling van een verkeersovertreding door de politie, wat alleen maar mogelijk is .
C. Toepassingen uit de rechtspraak.
Na lezing van al die vonnissen en arresten is het duidelijk dat het onmogelijk is een bepaalde theorie te formuleren die consequent door de rechtbanken wordt toegepast. Uit de rechtspraak kun je geen eenduidig criterium distilleren om te bepalen wat nu een openbare weg is en wat niet.


HOOFDSTUK III: REGELS TOEPASSELIJK OP PRIVATE WEGEN
A. Criteria
Op de private wegen is het verkeersreglement niet toepasselijk en er zijn geen andere wettelijke bepalingen die er het verkeer regelen. Andere strafrechtelijke bepalingen, zoals de art. 418 en 420 S.W. en het Veldwetboek, kunnen natuurlijk wel van toepassing zijn.
Wanneer men dus op een private weg een als overtreding van het verkeersreglement gekwalificeerde bandeling stelt, kan men nooit strafrechtelijk gesanctioneerd worden, tenzij men andere strafrechtelijke bepalingen overtrad. Wel kan de veroorzaker van een ongeval dan burgerlijk aansprakelijk gesteld worden. De rechtspraak redeneert namelijk als volgt: op private wegen moet men zich gedragen volgens de bordjes of tekens aangebracht door de eigenaar van de weg. Bij ontstentenis daarvan moet men de regels van het verkeersreglement in acht nemen.
De verkeersvoorschriften zijn immers voorzichtigheidsregels die, wanneer ze miskend worden, een quasi-misdrijf wordt dat in principe de aansprakelijkheid (art. 1382 e.v. B.W.) van de schuldige meebrengt.
B. Toepassingen uit de rechtspraak
Maar, het weze nogmaals herhaald, wanneer men dan een bepaling van het verkeersreglement overtreedt, volgt geen strafrechtelijke sanctie maar zal de overtreding eventueel aangezien worden als een onvoorzichtigheid die de burgerlijke aansprakelijkheid met zich brengt.
De antwoorden van een vorige minister op een vraag vanuit de senaat over de jaagpaden waren hierin duidelijk:
Jaagpaden hebben ofwel een privaat ofwel een openbaar karakter. Indien ze een privaat karakter hebben zal dat alsdusdanig zijn aangegeven door signalisatie — « private eigendom » — eventueel in combinatie met een fysieke barrière (bijvoorbeeld een slagboom, een hek). De overgrote meerderheid van de jaagpaden hebben evenwel een openbaar karakter.

Wat specifiek de jaagpaden betreft, kan verwezen worden naar een vonnis van de politierechtbank te Hasselt waarin gesteld wordt dat het jaagpad in beginsel behoort tot de openbare weg waar het verkeersreglement toepasselijk is, (Pol. Hasselt, 15 april 1988, RGAR 1990, 11599).

Het beheer van de jaagpaden komt toe aan de gewesten, een aantal werden overgedragen aan de gemeenten. Naargelang het geval zijn de genoemde wegbeheerders bevoegd om de aanvullende reglementering met betrekking tot het verkeer vast te stellen. Zo kunnen deze beslissen de toegang tot de jaagpaden te beperken tot bijvoorbeeld fietsers, voetgangers ...

Op jaagpaden met een openbaar karakter moeten de regels van de wegcode gerespecteerd worden en mag enkel reglementaire signalisatie worden gebruikt. Het toezicht op de naleving van de verkeersregels gebeurt door de personen die krachtens artikel 3 van het verkeersreglement daartoe de vereiste kwalificaties hebben.