Een bijzondere verbinding in de routes genaamd fietssnelwegen wordt gevormd door jaagpaden, waarover veel misverstanden bestaan.
Zoals bijvoorbeeld ook
de andere Kris Peeters al schreef.
Volgens de ene is het louter een dienstweg waarop fietsers getolereerd moeten worden, en die fietsers moeten er maar de
fietsbulten bijnemen zoals ze zijn want normen van fietssnelwegen zijn niet van toepassing op private dienstwegen omdat er ook dienstwagens rijden.
Volgens de andere is het echter een gewone openbare weg, weliswaar in eigendom van WenZ, die net als alle andere wegbeheerders verantwoordelijk is voor een correcte wettelijke aanleg.
Vlaanderen gaat hier in de fout door te stellen dat:
- de jaagpaden meestal openbare wegen zijn: de enige uitzondering is dat het een private weg zou zijn waar alleen bepaalde categorieën van personen toegang tot hebben, evenwel zijn fietsers reeds toegelaten op jaagpaden sinds het scheepvaartreglement van 1935, en zijn de jaagpaden bijgevolg na een verjaringsperiode van 30 jaar allemaal openbare wegen geworden.
- er een maximumsnelheid geldig is van 30 km/u: als het een openbare weg is, kan alleen het verkeersreglement een maximum snelheid opleggen, en dat enkel door middel van reglementair geplaatste verkeersborden volgens gepubliceerde aanvullende reglementen. Het scheepvaartreglement van 1935 is niet van toepassing op openbare wegen sinds de invoering van het huidige verkeersreglement.
- speedelecs mogen inderdaad enkel rijden op openbare wegen waar ze toegelaten zijn, maar er is geen impliciete snelheidsbeperking, en er werden ook geen aanvullende reglementen gepubliceerd waardoor de huidig geplaatste borden niet wettig zijn.
Vlaanderen gaat in het
vademecum fietsvoorzieningen (punt 3.1.7) ook in de fout door te stellen dat:
Op jaagpaden is het Algemeen Scheepvaartreglement van toepassing.
De overslagactiviteiten en het fietsen op jaagpaden kunnen in plaats en tijd met elkaar interfereren en zelfs
conflicteren. Ter hoogte van terreinen waar watergebonden (overslag)activiteiten plaatsvinden mogen geen
barrières aanwezig zijn tussen de waterweg en het bedrijventerrein om bedrijven de mogelijkheid te bieden
optimaal gebruik te maken van de waterweg.
Het combineren van fietsverkeer met laad- en losactiviteiten op dezelfde plaats houdt impliciet in dat beide
activiteiten hinder en beperkingen van elkaar (kunnen) ondervinden, wat zoveel mogelijk dient te worden
vermeden. Het omleiden van het fietsverkeer ter hoogte van bedrijventerreinen is in vele gevallen de meest
veilige en duurzame optie.
Rekening houdend met het streven naar multifunctioneel beheer en gebruik van de waterwegen en hun
aanhorigheden in het algemeen, en het gebruik van het jaagpad door fietsers in het bijzonder, is het
noodzakelijk om voortdurend na te gaan op welke wijze kan bijgedragen worden aan het comfort en de
veiligheid van het fietsverkeer, evenwel zonder dat er beperkingen ontstaan voor de andere functies van
het jaagpad.
Hierbij mag echter, rekening houdende met de eigenheid van jaagpaden, niet verwacht
worden dat overal het comfort- en veiligheidsniveau van een officieel fietspad wordt bereikt.
Het fietsverkeer moet plaatselijk rekening houden met schade
en zand, grind, … ten gevolge van het laden en lossen van schepen.
Het kruisen van jaagpaden met andere wegen gebeurt in de meeste gevallen niet conflictvrij:
het jaagpad sluit onmiddellijk aan op de weg. Gebruikers van het jaagpad dienen dan ook de
openbare weg te kruisen. Bij deze kruising heeft de fietser geen voorrang; het jaagpad is dus
steeds ondergeschikt aan de kruisende weg.
De bermen van de jaagpaden worden onderhouden conform het bermbesluit van 27 juni 1984
en de bijhorende omzendbrieven.
Deze regelgeving wordt op het terrein zichtbaar gemaakt door het plaatsen van de volgende
signalisatieborden:
o bord C3: verboden toegang voor alle voertuigen
o onderbord : blauw bord met witte tekst : JAAGPAD, aangelanden, uitgezonderd
vergunninghouders, rijwielen en bromfietsen klasse A.
o de gebruikte signalisatie houdt o.a. in dat fietsers rechts in de rijrichting moeten rijden
De snelheid van voertuigen mag volgens de huidige regelgeving 30 km/u niet overschrijden in
het open veld. In de bebouwde kommen, bij het kruisen van wegen, op de sluisvallen, alsook in
de nabijheid van bochten waar het uitzicht belemmerd is, is de snelheid beperkt tot 10 km/u.
In principe worden op jaagpaden geen paarden toegelaten.
Meer lectuur:
https://www.tragewegen.be/e-zines-hidden/item/3096-vraag-van-de-maand-wat-is-een-openbare-weg
https://www.vlaamsewaterweg.be/jaagpaden
http://www.gentseliggers.net/forum/viewtopic.php?t=3673&postdays=0&postorder=asc&start=0
http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPubDoc&TID=50347245&LANG=nl