vrijdag, januari 11, 2019

Scheepvaartreglement

We gaan even terug in de tijd om het scheepvaartreglement van 1935 beter te begrijpen.
(niet te verwarren met het "Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op deBinnenwateren", dat is het verkeersreglement voor boten dat je moet kennen voor het halen van een vaarbewijs)

15 OKTOBER 1935. - Koninklijk besluit. - [Algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk.]
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1935101530&table_name=wet

Vroeger had elke wegbeheerder nog zijn eigen reglement. Er waren wegen van de staat, van de provincie, van de gemeente, van de spoorwegen (elke maatschappij zijn eigen reglement) en van de kanalen (elk kanaal zijn eigen reglement).

Het reglement der scheepvaartwegen moet je zien naast het verkeersreglement van 1935 (wat ik hier thuis heb liggen).

In het scheepvaartreglement van 1935 krijgen rijwielen met of zonder motor toegang tot de jaagpaden. Volgens gert verkeersreglement van toen kan dat zonder problemen: dat was niet exclusief.

Maar sinds het verkeersreglement van 1975 van kracht werd, verving dit alle reglementen op openbare wegen.

Het verschil tussen private wegen en openbare wegen is discutabel, maar algemeen wordt aangenomen dat private wegen ofwel niet continue toegankelijk zijn, of enkel verkeer toelaten van bepaalde personen (bijvoorbeeld personeel, leveringen .e.d). Openbare wegen zijn die wegen die permanent toegankelijk zijn, of die enkel verkeer toelaten van bepaalde voertuigen. Het openbaar gebruik van een weg gedurende vele jaren geeft ook een recht op doorgang, dikwijls vastgelegd in de atlas der buurtwegen en mag niet zo maar afgesloten worden. Ook de jaagpaden staan vermeld in de atlas.

Het toelaten van rijwijlen in 1935 maakt van deze jaagpaden volgens de huidige wetgeving openbare wegen, wat bevestigd wordt door het aanbrengen van verkeersborden volgens het verkeersreglement: op een private weg zijn verkeersborden niet rechtsgeldig cfr art. xxx)

(meer info in de publicatie "De blijde intrede van de automobiel in België" van Donald Weber)

15 OKTOBER 1935. - Koninklijk besluit. - [Algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk.]

http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1935101530&table_name=wet

Art. 93. (NOTA : opgeheven voor het Vlaamse Gewest, uitsluitend voor het kanaal van Charleroi naar Brussel Inwerkingtreding : 31-03-2006>) 
  Zonder toelating van den Minister van Openbare Werken, is het verboden : 
  1° met paarden die niet voor den jaagdienst gebruikt worden of met voertuigen te rijden op de dijken en jaagpaden die geen openbare wegen zijn; 
  2° op de aanhoorigheden der waterwegen, gelijk welke soort van vee te laten loopen of weiden.
  Paarden en vee, zonder wachters bevonden, worden geschut op kosten van de overtreders.
  De verbodsbepalingen van dit artikel zijn niet toepasselijk op de aangelanden der bevaarbare rivieren, die op hun goederen alle rechten behouden, welke met de dienstbaarheid van jaagpad en voetpad vereenigbaar zijn.
  (...) 
  Rijwielen, met of zonder motor, welke voldoen aan de voorwaarden voorzien in het koninklijk besluit van 1 Februari 1934, houdende algemeene verordening op de politie van het vervoer en van het verkeer, mogen op de aanhoorigheden der bevaarbare waterwegen onder beheer van den Staat rijden, onder de volgende voorwaarden :
  1° De wielrijders en de motorwielrijders moeten zich voegen naar de voorschriften der reglementen betreffende de waterwegen waarvan sprake;
  2° Snelheidswedstrijden zijn verboden;
  3° De snelheid der voertuigen mag 30 kilometer per uur niet te boven gaan in het open veld. In de bebouwde kommen, bij het kruisen van wegen, op de sluiswallen, alsook in de nabijheid van bochten waar het uitzicht belemmerd is, wordt de snelheid beperkt op 10 kilometer per uur;
  4° Bij het naderen van de personen en de gespannen dienende voor het jagen der schepen, moeten de wielrijder en de motorwielrijder derwijze uitwijken, dat zij den doorgang der scheepstrekkers of der gespannen hoegenaamd niet hinderen; desnoods moeten zij van hun voertuig afstijgen; in alle geval mag de snelheid van het voertuig, op ten minste 50 meter afstand van de gespannen, 10 kilometer per uur niet te boven gaan, en deze snelheid moet de motorwielrijder behouden tot op ten minste 20 meter voorbij het gespan;
  5° In de nabijheid van de gespannen, is het streng verboden gebruik te maken van de uitlaatbuis der motoren, van den hoorn, de tromp of elk ander middel dat de paarden zop kunnen doen schrikken;
  6° Toelating om te rijden wordt enkel verleend voor hetgeen betreft de politie door den Staat uitgeoefend op de aanhoorigheden der bevaarbare waterwegen en onverminderd de rechten van derden, eigenaars der gronden waarop dienstbaarheid van jaagpad bestaat.



Vlaanderen weigert om dit oude reglement volledig te vernieuwen,

Waar komen die snelheidsbepalingen van 30km/u en 10km/u vandaan? Daarvoor baseerde men zich op de oude verkeersreglement van 1899.

https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/319/644/RUG01-001319644_2010_0001_AC.pdf

De eerste grote beleidsmaatregel die het nieuwe, gemotoriseerde verkeer aanpakte was de Verkeerswet van 1899, en het bijhorende eerste verkeersreglement.

Het verkeersreglement gold voor alle wegen, niet enkel voor de rijkswegen die door de centrale overheid werden beheerd.

Het Belgische verkeersreglement was een van de eerste voorbeelden van reglementering van automobielverkeer op internationaal vlak, na het Franse reglement dat eveneens uit 1899 stamde (en naast de afschaffing van de Red Flag Act in Groot-Brittannië in 1896). Het was echter een stuk uitgebreider, zo werd de invoering van een centraal geregistreerde nummerplaat pas twee jaar later in Frankrijk nagevolgd. Het legde voorrangsregels op zoals veralgemeend rechts rijden, bepaalde een strenge snelheidsbeperking van 30 km per uur (10 in de bebouwde kom), en legde het bezit op van lampen, een toeter en remmen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten